Kokhok / Kookhok / Bakspieker / Stookhok / Bakhuis - enkele van de vele benamingen voor dit bijgebouw op het erf van de boerderij.
Het open vuur op de deel van het oorspronkelijke “Löss-hoes” (de boerderij) werd steeds vaker gebruikt voor andere zaken dan alleen koken en water heet maken. Mede door brandgevaar - denk aan het vele hout in de constructie van de boerderij en hooiopslag op de zolder - ontstond de behoefte aan een aparte vrijstaande kook-, stook- en wasgelegenheid. Zo ontstond het kookhok. Vaak werd er ook een oven ingebouwd om zelf brood te bakken.
Het bouwen van een bakspieker was niet voor iedere boer haalbaar en omdat je voor één brood geen oven kunt bouwen werd er vaak ook voor de “noabers” gebakken. In het gebouwtje was tevens plaats voor een grote kookketel, de “Fnuuspot” en/of een fornuis. Op deze manier werd de aparte ruimte gebruikt voor broodbakken, wassen, koken, wecken, bereiden van veevoer en het was een mooie gelegenheid voor de sociale contacten tussen de boerendochter en haar vrijer, waar ze even alleen konden zijn.
Hierin wordt bij de Wendezoele enkele keren per jaar nog brood gebakken door de plaatselijke bakker.
Het aansteken alleen al is een proces van drie dagen. Hiervoor worden zg. “Boesken” (takkenbossen van de eikenboom) gebruikt.
De oorsprong van het woord ‘speculaas’ is mogelijk te danken aan deze koekplank. Het woord is waarschijnlijk afkomstig van het Latijnse ‘speculum’ - wat spiegelbeeld betekent.
Een grote “kookpot” die ingezet werd bij meerdere werkzaamheden, o.a voor het koken van de was, het bereiden van varkensvoer, het koken van water om het geslachte varken te ontharen en schoon te krabben, om bloedworst te bereiden, etc.
Een “kachel” onder de ketel zorgde voor de nodige energie.
KLIK HIER of op de foto voor een 360º overzicht van het Kokhok
Het beeld opent op een nieuwe pagina en m.b.v. de muis kun je rondkijken, inzoomen etc.